
Loslaten of Overgave – Klaagliederen 3: 2-32
Wat is dat toch met loslaten? Dat je merkt dat je elke keer weer een poging doet om iets los te laten – hetzelfde ding – opnieuw en opnieuw? Alsof je dat niet al talloze malen gedaan hebt… geprobeerd hebt… en dan lijkt het even weg te zijn, totdat het er weer is. Terwijl je het toch echt bij God had gebracht. En nee – niet om het weer mee terug naar huis te nemen. Je hoeft het echt – echt – niet terug. Die pijn, die zorgen, of dat verdriet.
Als je een ballon of vlieger loslaat, zullen die wegvliegen – die komen echt niet zomaar vanzelf terug, alsof ze nooit losgelaten waren. Hetzelfde met een bal of steen, wanneer je die uit je handen laat vallen, zullen ze naar beneden vallen – niet terug in je handen. Een bal zal misschien wat stuiteren, maar uiteindelijk wegrollen. En misschien is dat ook wel de clou… dat wat je in je handen draagt, kun je los laten, overhandigen, aan God geven. Maar…. angst, zorgen, verdriet en pijn houd je niet in je handen, maar draag je met je mee in je ziel – in je hart en soms zelfs ook in je lijf, als trauma´s, wonden, littekens of beschadigingen… Dat vraagt dus om iets anders.
Loslaten of Overgave
Ik liet het los, ik bracht het weer,
maar telkens kwam de last terug.
Toen fluisterde Uw zachte stem:
“Leg niet alleen je handen neer,
maar ook je hart bij Mij.”
Niet alles draag ik in mijn hand,
veel woont verborgen diep vanbinnen.
Daar waar mijn zorgen wortel schieten,
begint Uw liefde stil te winnen.
Dus leer mij niet slechts los te laten,
maar mij aan U toe te vertrouwen.
Want waar ik eindig in mijn kracht,
begint Uw vrede mij te dragen.

Dat vraagt om overgave… Nou, dingen overgeven klinkt nog steeds als loslaten… Maar zou het zo kunnen zijn dat het niet die angst, verdriet, pijn en zorgen zijn die je mag overgeven, maar juist je hart? Dat je God niet vraagt om die dingen van je af te nemen, maar Hem uitnodigt om er in te komen? God te vertrouwen dat Hij je niet afwijst wanneer je Hem deelgenoot maakt van die angst, verdriet, zorgen en pijn? Hij daar niet van schrikt? Dat je dat eerlijk mag benoemen naar God, zoals Job deed? David in de Psalmen en Jeremia in de klaagliederen? Dat ook de klaagliederen gezongen mogen worden – moeten worden? Dat dat ook aanbidding is? Dat elke vorm van overgave in Geest en Waarheid aanbidding is?
Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, hem aanbidt in geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die hem zo aanbidden, want God is Geest, dus wie hem aanbidt, moet dat doen in geest en in waarheid. Johannes 4: 23-24 (NBV21)
In vertrouwen… dat Hij er is.
Erbij is…
Goed is de HEER voor wie hem zoekt en alles van hem verwacht. Goed is het geduldig te hopen op de HEER die redding brengt. Klaagliederen 3: 25-26 (NBV21)
Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap
Meer informatie over deze Bijbelvertaling
"Maar zou het zo kunnen zijn dat het niet die angst, verdriet, pijn en zorgen zijn die je mag overgeven, maar juist je hart?"

Want het is daar, temidden van de puinhoop, temidden van angst, verlatenheid, boosheid, zonde en teleurstelling – omringd door pijn, schaamte, schuld, hopeloosheid of verdriet, dat we erachter komen waarop of op wie onze hoop gevestigd is. Dat we onze klaagliederen mogen adresseren aan Degene die verborgen lijkt, afwezig, onaangedaan, ver weg… Want klaagzangen zijn geen gebrek aan vertrouwen, maar juist een bewijs van geloof. Dat er ondanks de stilte Iemand is die luistert. Dat er te midden van verlatenheid Iemand is die zich ontfermt. Dat je ondanks je tranen, jezelf kan verankeren in het onveranderlijke karakter van God. Wiens ontferming geen einde kent en wiens trouw blijft, ook wanneer we dat niet ervaren. Dat overleven in zichzelf een bewijs van zijn liefde is. Dat Hij elke dag opnieuw Zijn weldaden schenkt. Dat op de bodem van de put de plek is waarop we onze slechtste, kwetsbaarste, zwakste versie van onszelf aan Hem mogen laten zien?
Hij leidt mij en voert mij – in een lichtloos duister. Al schreeuw ik en roep ik om hulp, hij wil mijn gebed niet horen. Toch geef ik de hoop niet op, want hieraan houd ik vast: Genadig is de HEER: wij zijn nog in leven! Zijn ontferming kent geen grenzen. Elke morgen schenkt hij nieuwe weldaden. – Veelvuldig blijkt uw trouw! Ik besef: mijn enig bezit is de HEER, al mijn hoop is op hem gevestigd. Als hij leed berokkent, ontfermt hij zich ook, zo groot is zijn genade. Klaagliederen 3:2, 8, 21-24 & 32 (NBV)
Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap
Meer informatie over deze Bijbelvertaling
Uw vrede
Ik breng U niet mijn schijn van kracht,
maar heel mijn hart, door pijn omgeven.
Kom wonen waar de angst nog spreekt,
en leer mij U daarin te leven.
Mijn klacht mag klinken als een lied,
zoals de psalmen het vertellen.
Want waar ik mij aan U toevertrouw,
daar zult U Zelf Uw vrede stellen.

En dat dat genoeg is?
Dat het gaat om Hem ?
Dat we met Habakuk mogen zeggen:
Al zou de vijgeboom niet bloeien,
en er geen opbrengst aan de wijnstokken zijn,
de vrucht van de olijfboom teleurstellen;
al zouden de akkers geen spijs opleveren,
de schapen uit de kooi verdreven zijn
en er geen runderen in de stallingen zijn,
nochtans zal ik juichen in de Here,
jubelen in de God van mijn heil.
Habakuk 3: 17-18 (NBG51)
Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap
Meer informatie over deze Bijbelvertaling
met dank aan de schrijfster van deze tekst
‘Loslaten Of Overgave’

Als alles zwijgt
Als alles zwijgt, blijft U mijn lied.
Al valt alles weg, U blijft mijn vreugde.
Wanneer alles breekt, bent U mijn lied.
Mijn vreugde leeft niet van wat ik heb, maar van U.
Al is alles leeg, mijn hart zingt van U.

Geprezen zij de Heer, dag aan dag, deze God draagt ons en redt ons, onze God is een reddende God. Psalm 68: 20 (NBV)
Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap
Meer informatie over deze Bijbelvertaling
De God van mijn heil…
Die mij draagt, dag aan dag,
En daarmee ook dat arme verwonde hart.
Omdat Hij de Immanuel is.
De God met ons.
