
Hij zal zijn als een boom, geplant aan stromend water. Op tijd draagt hij vrucht, zijn bladeren verdorren niet. Alles wat hij doet komt tot bloei. Psalm 1:3 (WV2012)
Hij is een boom aan een rivier met wortels tot in het water. Hij heeft geen last van de hitte, zijn bladeren blijven groen. Een tijd van droogte deert hem niet, hij blijft vrucht dragen. Jeremia 17:8 (WV2012)
Willibrordvertaling (editie 2012)
© 1975/1995/2012 Katholieke Bijbelstichting
Geplant, voortgebracht

Geplant aan waterstromen.
“Want hij is als een boom, geplant aan waterstromen, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, welks loof niet verwelkt;– al wat hij onderneemt, gelukt” Een boom zaai je niet, die plant je. Zorgvuldig; met aandacht en zorg. Op een plek waar de grond goed is. Waar er licht en ruimte is. Waar water is. Waar de boom groot mag worden.

En dan door de jaren heen zie je de ontwikkeling van kastanje, naar jong boompje, naar volwassen boom die zelf weer vrucht draagt. En zoals dat gaat, kent een boom verschillende fasen, sterk gekoppeld aan de seizoenen van het jaar.

We hebben de lente. Prachtig, wanneer alles weer uitloopt. De tijd van explosieve groei, het ontstaan van nieuwe takken. Het verse groen, de nieuwe knoppen, blaadjes en de eerste bloemen. De kastanjebomen met hun witte, rode of roze kaarsvormige bloemen, al op grote afstand herkenbaar. De bijen die hun weg vinden om de bloemen te bestuiven.

De zomer, de boom staat er prachtig bij. De aanleg van de kastanjes is in volle ontwikkeling. De diktegroei vindt nu plaats en de aanleg van reserves voor de winter. De fotosynthese volop aan het werk. Lekker in de zon. En wanneer het heet is, verwelkt het loof niet, want de boom weet met zijn wortels het grondwater te bereiken. Soms mag er wat gesnoeid worden om uiteindelijk meer vrucht te kunnen dragen.

Dan wordt het herfst. De boom verandert van kleur. De vruchten zijn gerijpt. En langzaam neemt de boom afscheid. Eerst van de vruchten.

Dan van het blad. Soms ook van dode takken. Een tijd van loslaten, en de stormen; de wind en de slagregens die zo kenmerkend zijn voor de herfst die helpen daarbij mee.

Totdat hij er helemaal kaal en naakt bijstaat. Blad en vrucht, de trots van de boom… ze hoeven – ze kunnen – niet mee naar de volgende levensfase. Het werk zit er voor nu op.

De winter – de gunst van de winter… een tijd van herademen, van ademhalen. Van rust. Van even helemaal niks, geen fotosynthese, geen ballast, geen blad, bloei, vruchten, snoei of gedoe… ogenschijnlijk dan. Het is een tijd van versteviging, waar de jaarringen donker zijn. De compacte groei, die de boom sterk maakt. Niet spectaculair, maar gestadig, nauwelijks waarneembaar, maar onmiskenbaar aanwezig. Een tijd van voorbereiding op een nieuwe periode van groei en bloei. Meer nog dan de vorige keer. Groter en steviger geworden, uitgerust en voorbereid, ontdaan van dode takken en oude werken, zal het meer vrucht kunnen dragen in het komende seizoen.

En dan aan het einde van de winter, waaraan geen einde leek te komen, vlak voor de nieuwe lente, de snoei. Juist wanneer de boom naakt is en alles goed zichtbaar, worden dode takken en ongezonde stukken liefdevol door de kweker uit de boom gesnoeid. Opdat de boom gezond die nieuwe cyclus weer in kan gaan.

En niet alleen de boom… ook zie je rondom de boom nieuw leven. De vruchten van de vorige herfst zie je voorzichtig terugkomen, in de vorm van nieuwe kastanjeboompjes. Alles gelukt…. “en al wat hij onderneemt gelukt”

Wat onderneemt een boom dan zoal? Wat lukt er dan? Nou, grotendeels hetzelfde als bij mensen. Groeien, bloeien, vruchtdragen, tot rust komen in harmonie met de wereld om zich heen. Al naar gelang het seizoen waar die zich in bevindt.

Zichzelf daarbij overgevend aan
de liefdevolle zorg van de kweker.
Aan Degene die zowel de bomen
naar hun aard als de mensen,
seizoenen en tijd heeft gemaakt.

Geplant, voldragen
U plantte mij
waar water stroomt,
waar diep in aarde
leven woont.
Ik groei naar licht,
ik draag mijn vrucht,
en wat moet vallen
laat ik los.
Geplant, gedragen,
stil in Uw hand.
Geworteld dieper
dan ik bevatten kan.
Wanneer de winter
alles neemt,
blijft in het donker
wat U geeft.
Geen blad, geen bloei,
geen vrucht te zien.
Alleen de wortels.
U misschien.
Geplant, gedragen,
stil in Uw hand.
Geworteld dieper
dan ik bevatten kan.
En uit de stilte
breekt leven open.
Wat viel in aarde
wordt nieuw geboren.
Geplant.
Gedragen.
Voldragen.
In U.

met dank aan de schrijfster van
Geplant, voldragen
