Korte spirituele mijmeringen over stilte, geloof en innerlijke beweging.

In deze mijmeringen geef ik ze ruimte.
Niet om vast te houden,
maar om te laten zijn.
Misschien vertraagt er iets,
heel even stil.
Blijf nog even.
Misschien herken je iets in wat zich hier,
in stilte, voorzichtig laat verwoorden.

Een kathedraal eeuwenoud.
Marmer, gesleten.
Donker eikenhout.
Een man draagt
een armvol witte Calla´s binnen.
Kaarsrechte stelen, helder lichtgroen.
Puntgaaf blad, fris en bedauwd.
Dauw drupt op het marmer.
Het frisse in het oude.
Gods lieflijkheid
laat zich niet uitleggen —
zij wil gedragen worden.
Zoals een kind,
in stille armen,
als een woord
dat nog geen stem vond,
als een droom
die zacht
wordt toevertrouwd.


Gezaaid in de akker staat het gewas—ontvangen, niet uit zichzelf. De zaaier ging zijn weg, met vaste tred, met vaste hand. De arm die uitzwaait—woosh, woosh—en het zaad valt waar het vallen moet. Zo leeft ook de mens: niet uit eigen kracht, maar biddend om wat gegeven wordt: “Geef ons heden ons dagelijks brood.” Gezaaid zijn. Ontkiemen in stilte. Wortel schieten, dieper dan het oog reikt—in geloof, in verwachting.
Leven van wat komt: hemelwater dat neerdaalt, zonlicht dat wekt, de dageraad die telkens opnieuw begint. De dag draagt het gewas, de avond legt het neer in koelte. En zie—een zachte bries gaat over de akker, als een ademtocht.
De aren bewegen, ruisend, als opgeheven armen, geopende handen—als een eerbetoon,
als een lofprijs, een aanbidding. In die beweging ligt vrede: een veld dat niet zichzelf onderhoudt, maar gedragen wordt.
De weiden kleden zich met kudden, de dalen tooien zich met graan. Zij zingen en juichen elkaar toe.
Psalm 65:14 (NBV)
Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap
Meer informatie over deze Bijbelvertaling
Welk woord uit deze teksten raakt jou vandaag?
